Door ANGELA DE JONG

DEN HAAG – Rechtbanken hebben de handen vol aan echtscheidingszaken, terwijl tussenkomst van de rechter in veel gevallen helemaal niet nodig is. Een scheidingsbemiddelaar kan een goed alternatief zijn, vindt advocate en psychologe Brigitte Chin – A – Fat.

Soms werkt scheidingsbemiddeling gewoon niet. Als mensen zó boos of gekwetst zijn dat ze alleen maar wraak willen nemen, kan een scheidingsbemiddelaar als Brigitte Chin-A-Fat er niets mee. “Als ze echt niet met elkaar aan tafel kunnen zitten, moeten ze wel een eigen advocaat nemen en hun strijd voor de rechtbank uitvechten.”

Maar bij veel scheidingen is de tussenkomst van de rechter volstrekt overbodig, concludeert de 28-jarige Chin-A-Fat, die deze maand op het onderwerp promoveert aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, mits mensen maar gebruik maken van een goede bemiddelaar, die hen op alle zakelijke gevolgen van de echtscheiding wijst. En mits die bemiddelaar aandacht heeft voor de psychologische kanten van de zaak.

Dat is wat nu ontbreekt bij de populaire flitsscheidingen. “Daarbij hoeft er niets op papier te staan over bijvoorbeeld alimentatie of kinderen. Mensen lopen achteraf tegen problemen op. Maar dat het zo’n vlucht heeft genomen, geeft wel aan veel mensen weinig voelen voor een juridisch traject.” Daarbij komt dat rechtbanken hun handen vol hebben aan scheidingszaken, terwijl het vaak om een formaliteit gaat. “Dat stempeltje kan een ambtenaar van de burgerlijke stand ook zetten”, vindt Chin-A-Fat.

Maar alles staat of valt met een goede bemiddelaar, zegt ze. Op dit moment zijn er in Nederland zo’n 4000 actief, maar ze zijn zeker niet allemaal even kundig. “Dat betekent niet dat zo iemand doelbewust zijn cliënten misleidt. Maar je moet zo veel weten.”

Een bemiddelaar moet heel veelzijdig zijn, legt Chin-A-Fat uit. “Het is deels juridisch, deels psychologisch, deels fiscaal en je hebt vaak ook nog met kinderen te maken.” Voor haar is de baan dé ideale combinatie van haar studies rechten en psychologie. Maar ook maatschappelijk werkers kunnen scheidingsbemiddelaar worden.

“Dat kan ook prima. Maar er zijn bepaalde dingen die je gewoon moet weten. Zoals het feit dat degene die de echtelijke woning verlaat nog maar twee jaar de hypotheekrente mag aftrekken. Dat is essentiële informatie als het over geldzaken gaat.” In haar proefschrift ‘Scheiden: (ter)echter zonder rechter?’ pleit ze daarom voor aanpassing van de opleiding tot scheidingsbemiddelaar. “Veel van de opleidingen die er nu al zijn, komen in de buurt. Maar het is het nog net niet. Er wordt bijvoorbeeld nauwelijks aandacht besteed aan het betrekken van kinderen bij de bemiddeling, terwijl dat juist noodzakelijk is.”

Ze wijst erop dat onderzoek aantoont dat kinderen een scheiding in zo’n geval veel beter verwerken. “Dat betekent niet dat ze moeten zeggen bij wie ze liever willen wonen, maar vooral dat zij een uitlaatklep hebben voor alles wat ze meemaken”, licht Chin-A-Fat toe. Bij een ‘vechtscheiding’ loopt een kind volgens haar altijd schade op. “Ze krijgen problemen, hun prestaties op school worden minder en in het ergste geval raken ze in de criminaliteit.”

Bemiddeling kan de overheid daarom veel geld besparen, redeneert ze door. “Je ziet hetzelfde bij partners. Als zij op een goede manier afscheid van elkaar nemen, voorkom je dat ze later mogelijk in een depressie komen, aan de drank raken en in de wao belanden.”

Critici wijzen al jaren op eventuele risico’s die aan bemiddeling kleven. Ze zijn bang dat de zwakkere partner het onderspit delft bij de onderhandelingen, omdat de bemiddelaar neutraal is. Het klassieke voorbeeld is dat van de gehaaide zakenman en de vrouw die altijd thuis voor de kinderen heeft gezorgd.

Chin-A-Fat leerde echter uit binnen- en buitenlands onderzoek dat dit niet het geval is. Zij concludeerde dat degene die besluit te willen scheiden in een ‘machtiger’ positie zit. En dat is nou juist vaak de vrouw. Dat trekt volgens haar de machtsverhoudingen tussen man en vrouw weer recht. “Dan zit er aan de ene kant van de tafel iemand die zeer gekwetst en emotioneel is en nog heel erg bezig is met de vraag waarom. Terwijl de andere partner al veel verder is en er rationeel over kan praten. Dát maakt een bemiddeling lastig.”

Bron Auteur: ANGELA DE JONG
Ref.: De Gelderlander 10-03-2004