Een man en een vrouw zijn gescheiden en hebben samen twee kinderen. Toen zij uit elkaar gingen spraken zij af om de zorg voor de kinderen eerlijk te verdelen. Er kwam een co-ouderschap. Nu heeft mevrouw een nieuwe partner. Zij hebben ondertussen drie jaar een relatie en mevrouw wil graag bij hem intrekken. Deze nieuwe partner woont echter in een andere regio, waardoor bij een verhuizing co-ouderschap niet meer haalbaar is. Meneer gaat hier niet mee akkoord. Om de verhuizing toch te kunnen doorzetten stapt mevrouw naar de rechter om vervangende toestemming te vragen.

Woning

Mevrouw geeft bij de rechter aan dat zij sinds de scheiding samen met haar kinderen bij haar moeder en stiefvader in huis woont. Zij is wel op zoek naar een andere woning, maar het blijkt heel lastig te zijn een sociale huurwoning in de omgeving te vinden. Particulier huren is voor mevrouw geen optie. Hiervoor is het inkomen te laag en meer uren werken zit er bij deze werkgever niet in. Volgens haar is het het meest logisch dat zij bij haar nieuwe partner intrekt. Zo heeft zij een dak boven haar hoofd en kunnen zowel zij als de kinderen verder met de opbouw van hun leven. Daarnaast kan mevrouw aan het werk in het familiebedrijf van meneer.

Weekenden

Ook voor de omgangsregeling heeft zij een oplossing. De kinderen mogen voortaan drie weekenden in de maand uit school naar hun vader. Zo kunnen zij gewoon contact houden en heeft vader volgens mevrouw meer quality time met de kinderen dan nu het geval is.

Eigen belang

Meneer is het hier niet mee eens. Volgens hem handelt de ex puur uit eigen belang en vergeet zij hierbij het belang van de kinderen. De kinderen hebben hun hele sociale leven in hun huidige woonplaats. Hier wonen hun grootouders, staat hun school, sporten zij en hebben zij hun vrienden. Daarnaast geeft hij aan dat hij het idee heeft dat mevrouw niet genoeg moeite heeft gedaan om in deze woonplaats een woning te vinden. De verhuisplannen van moeder doorkruisen alle afspraken die vader en moeder bij de scheiding hebben gemaakt.

De uitspraak

De rechtbank geeft aan dat zij begrip hebben voor de situatie van de moeder. Het is geen ideale situatie om zo lang bij moeder en stiefvader in te wonen. Er is wel degelijk een noodzaak om te verhuizen. De rechtbank ziet echter niet de noodzaak om zo ver weg te gaan wonen. Daarnaast heeft mevrouw niet voldoende kunnen aantonen dat zij genoeg moeite heeft gedaan om in haar huidige woonplaats een woning te vinden of om meer inkomsten te genereren om meer kans te maken op een woning. Het lijkt erop dat mevrouw bij het maken van haar keuze vooral is uitgegaan van haar wens om te gaan samenwonen met haar nieuwe partner. De belangen van de kinderen en van de vader zijn hierbij uit het oog verloren. De rechter besluit dan ook om geen vervangende toestemming te geven voor het verhuizen. Het co-ouderschap blijft bestaan.