In een normale situatie hebben ouders altijd het recht op een omgangsregeling met hun kinderen. Toch zijn er ook situaties waarin de rechter kan bepalen dat één van de ouders het recht op omgang kwijt raakt.

Niet zomaar

Het ontzeggen van de omgang is een zware maatregel. Dit is niet alleen heftig voor de betreffende ouder, maar ook voor het kind. Een rechter zal dit dan ook nooit zomaar doen. Er zijn dan ook maar een paar redenen waarom een rechter dit besluit kan nemen.

Geestelijke of lichamelijke ontwikkeling

Mocht het zo zijn dat de omgang met een ouder een nadelig effect heeft op de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, dan kan de rechter besluiten dat het beter is om de omgangsregeling stop te zetten. Dit komt vooral veel voor bij vechtscheidingen. Als één ouder bijvoorbeeld het kind blijft inzetten in ruzies of zich constant heel negatief uitlaat over de andere ouder. Zo’n situatie is schadelijk voor het kind, waardoor het soms verstandiger is om de ene ouder (tijdelijk) de omgang te ontzeggen.

Niet geschikt

Het kan ook zo zijn dat een ouder gedrag vertoont dat schadelijk of gevaarlijk kan zijn voor het kind. Hierbij kun je denken aan mensen met een verslaving aan bijvoorbeeld drank of drugs of als er bijvoorbeeld sprake is van huiselijk geweld. Neemt een ouder het kind mee naar kindonvriendelijke plekken, houdt hij/zij zich structureel niet aan de omgangsregeling of dreigt er ontvoering, dan zijn dit ook redenen voor de rechter om deze ouder de omgang met het kind te ontzeggen.

Het kind wil niet meer

Natuurlijk kan het ook zo zijn dat het kind zelf aangeeft niet meer naar vader of moeder te willen. Vanaf 12 jaar hebben kinderen enige inspraak in de omgangsregeling. De rechter zal vanaf die leeftijd altijd naar de mening van het kind vragen. Heeft het kind grote bezwaren tegen de omgang met één van de ouders, dan zal een rechter serieus overwegen de omgang stop te zetten.

Belang van het kind

Het belang van het kind moet altijd voorop staan. Dat is het uitgangspunt van de rechter. Is er een andere reden die ervoor zorgt dat het kind hier nadeel van ondervindt, dan kan de rechter ook besluiten dat het beter is als het kind geen contact meer heeft met de betreffende ouder. Ook kan de rechter besluiten dat er omgangsbegeleiding nodig is.