Per 1 maart 2009 is de wet Bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding in werking getreden. Bij echtscheiding, beëindiging van geregistreerd partnerschap of scheiding van tafel en bed zijn ouders verplicht een ouderschapsplan op te stellen.

In dit plan staan de afspraken, die gemaakt zijn over de zorg- en opvoedingstaken, de omgang met de kinderen, hoe partners elkaar informeren, hoe er met elkaar overlegd wordt bij belangrijke aangelegenheden en hoe er omgegaan wordt met de kosten van de verzorging en opvoeding. Het uitgangspunt is dat beide ouders gezamenlijk verantwoordelijk blijven voor de verzorging, opvoeding en ontwikkeling van de kinderen.

Ouders zijn verplicht een ouderschapsplan op te stellen. Doen ze dat niet of houden ze zich niet aan de afspraken, dan kunnen ze worden gedwongen met dwangsommen en lijfsdwang. Lijfsdwang houdt in dat iemand zijn persoonlijke vrijheid wordt ontnomen en naar een huis van bewaring gaat. Andere mogelijkheden die Justitie heeft, zijn het onder toezicht stellen van het kind of het gezag tijdelijk toewijzen aan de ouder bij wie het kind niet zijn hoofdverblijfplaats heeft.

Het belang van het kind staat voorop. Ministers Hirsch Ballin en Rouvoet zijn van mening dat het frustreren van het contact tussen het kind en de andere ouder, gezien kan worden als bedreiging van de geestelijke en zedelijke belangen van het kind. De situatie waarin één van de ouders gedwongen in een blijf-van-mijn-lijfhuis verblijft, is volgens de ministers in algemene zin geen excuus om niet gezamenlijk een ouderschapsplan op te stellen.

Christina Jeppesen de Boer* kwam vorig jaar in haar proefschrift ’Gezamenlijk gezag’ tot de conclusie, dat alle mooie bedoelingen ook een negatieve keerzijde hebben. Er zijn gezinssituaties, waarbij ouders niet in staat zijn gezamenlijk gezag uit te oefenen. De kinderen uit deze gezinnen zullen in de knel komen. Dit geldt zeker voor kinderen uit gezinnen met verslavingsproblematiek en geweld. Deze kinderen hebben vooral behoefte aan een veilige omgeving en bescherming. Uit sociaalwetenschappelijk onderzoek blijkt, dat het voor hen belangrijker is dat ze bij een ouder wonen die in staat is te zorgen en op te voeden, dan dat er gezamenlijk gezag wordt uitgeoefend.

*Christina Jeppesen de Boer is junior universitair docent aan de Universiteit Utrecht, Molengraaff Instituut voor Privaatrecht