Mevrouw X ontving op haar verzoek een voorlopige teruggaaf IB 2003 in verband met de woning die zij en haar partner bezaten. Mevrouw X en haar partner waren beiden hoofdelijk aansprakelijk voor de hypotheekschuld. Mevrouw X en haar partner hadden gekozen voor fiscaal partnerschap en de hypotheekrente volledig aan mevrouw X toegerekend.

In september 2003 gingen mevrouw X en haar partner uit elkaar en verliet mevrouw X de woning. In haar aangifte IB 2003 koos mevrouw X niet meer voor fiscaal partnerschap, maar bracht wel het volledige bedrag aan hypotheekrente in aftrek. De inspecteur accepteerde slechts de helft van de hypotheekrente en Hof Den Bosch was het daar in navolging van Rechtbank Breda mee eens.

De aftrekbare kosten van een woning die voor twee of meer belastingplichtigen die geen partner van elkaar waren samen een eigen woning was, werden op grond van artikel 3.121 Wet IB 2001 voor elk van hen bepaald door de schulden die zij waren aangegaan ter verwerving van de woning en door de periodiek betalingen voorzover die op hen drukten. Mevrouw X had volgens het Hof dan ook slechts recht op aftrek van de helft van de hypotheekrente. Het Hof verwierp de stelling van mevrouw X dat de andere helft kon worden beschouwd als aan haar ex-partner betaalde alimentatie die zij in aftrek kon brengen.

Bron: www.futd.nl

Meer weten over uit elkaar gaan als je samenwoont? Kijk dan op EindeSamenwonen.nl